Vrijmetselarij zoals deze thans wordt beoefend, vindt zijn oorsprong in het begin van de achttiende eeuw in Engeland. De eerste loge in de Nederlanden werd gesticht in 1756 in Den Haag. De Gorinchemse loge “Orde en Vlijt” is opgericht op 21 oktober 1815 en behoort daarmee tot de oudste verenigingen in Gorinchem.

Haar oprichters, acht mannen, kwamen voort uit wat men toen de gegoede burgerij noemde, of waren militairen vanuit in of rondom de stad gelegerde garnizoenen. Vanaf de oprichtingsdatum tot heden hebben “vrije” mannen, met uiteenlopende maatschappelijke achtergronden uit Gorinchem en wijde omgeving hun weg naar “Orde en Vlijt” gevonden.

In de 19de eeuw werd door de loge “Orde en Vlijt” veel tijd en geld aan humanitaire activiteiten besteed. In die tijd gebeurde dit door vrijwel alle loges in den lande. In de eerste helft van de vorige eeuw veranderde dit, mede doordat de sociale structuur van de maatschappij veranderde. Nog steeds zetten leden van de loge zich in voor diverse charitatieve doelen, zij het echter op persoonlijke titel.

Aanvankelijk kwam men in diverse lokalen bijeen. In 1851 werd het huidige logegebouw in de Molenstraat aangeschaft. In 1885 werd het pand ingrijpend verbouwd en is het huidige exterieur ontstaan.
In 1940 werd het gebouw op last van de Duitse bezetter voor logeactiviteiten gesloten en grondig geplunderd.
Na de oorlog is het gebouw enige jaren door de Christelijke HBS gebruikt.

In 1953 kreeg de loge het gebouw weer tot haar beschikking. Nadat het grondig was opgeknapt konden de leden er op dinsdagavond weer bijeenkomen.

Er is in die jaren na de oorlog ontzettend veel werk verricht met als resultaat, dat er in de Molenstraat nu een bloeiende loge werkzaam is.
De levensbeschouwelijke achtergronden van de leden zijn zeer verschillend. Sommigen zijn kerkelijk aangesloten, anderen juist niet. Ook op politiek vlak komen vele stromingen voor.

Wat hen bindt is de vrijmetselarij.

Sluit Menu